De Land Sector and Removals Standard: wat carbonconsultants moeten weten
Discover this blog post
De GHG Protocol Land Sector and Removals Standard (LSRS) is de eerste van de GHG Protocol-updates van dit jaar die definitief is. Hij treedt in werking op 1 januari 2027. In ons meest recente webinar uit de Carbon Expert Series sprak Kenneth Van den Bergh (CEO en medeoprichter van Carbon+Alt+Delete) met Catherine McCosker, Head of Agriculture and Landscapes bij 3Keel, een adviesbureau dat deel uitmaakte van de technische werkgroep van de LSRS.
De belangrijkste thema’s:
- Bossen vallen (voorlopig) buiten de scope: ze worden uitgesloten van de fysieke inventaris.
- Traceerbaarheid bepaalt alles: je ruimtelijke afbakening bepaalt de rekenmethode en of je removals mag rapporteren.
- Nieuwe indicatoren: landbeslag, land carbon leakage en een regel van twee inventarissen voor credits uit de eigen keten.
- Data moeten bijbenen: emissiefactordatabanken en farm calculators zijn nog niet volledig afgestemd.
Voor de meesten een nieuw onderwerp
Van de 134 deelnemers was 40% nieuw in de LSRS en kende 40% de basis. Zo’n 20% had al landgerelateerde inventarissen opgesteld en slechts 1% beschouwde zichzelf als expert.
Waar de LSRS past
Het GHG Protocol legt de rekenregels vast; het SBTi bepaalt hoeveel en hoe snel bedrijven moeten reduceren. De LSRS valt onder het GHG Protocol, maar hangt nauw samen met de net-zerostandaard van het SBTi en de FLAG-guidance.
- September 2022: eerste ontwerp, gevolgd door consultaties en pilottesten.
- Januari 2026: publicatie van de definitieve standaard, samengevat in 32 vereisten.
- Begeleidende guidance: verwacht rond Q2 2026, met uitleg over de toepassing in de praktijk.
- 1 januari 2027: de standaard treedt in werking.
De rapportering is opgesplitst in de fysieke inventaris (kernemissies en -removals) en bijkomende rapportagecategorieën (overige emissies en nieuwe indicatoren). Beide komen in een GHG-rapport, dat ook de plek is om je interpretatiekeuzes te verantwoorden.
Bossen uitgesloten van de fysieke inventaris
De betrokken subgroep raakte het niet eens over welke emissies en removals uit bossen door de mens veroorzaakt zijn. Bossen blijven daarom voorlopig buiten de fysieke inventaris en worden best transparant apart gerapporteerd. Productieve grond zoals agroforestry en boomgewassen blijft wel in scope, net als ontbossing via emissies uit landgebruiksverandering.
Ruimtelijke afbakening en traceerbaarheid
Een ruimtelijke afbakening (spatial boundary) is het landoppervlak dat je in de berekening opneemt. Voor scope 3 hangt de toegelaten afbakening af van hoe ver je producten fysiek kunt traceren.
De LSRS definieert vijf afbakeningen, van globaal (geen kennis van de herkomst) tot het geoogste oppervlak (het concrete perceel). Daartussen onder meer:
- Sourcing region: het eerste aggregatiepunt, zoals een molen, graansilo of zuivelcoöperatie.
- Land management unit (LMU): een bedrijf onder één beheerplan, nu inclusief hagen, bufferstroken en bosjes. Die zones kunnen door de bosuitsluiting nog niet gerapporteerd worden.
Om removals te rapporteren heb je minstens traceerbaarheid op niveau van de sourcing region nodig, en emissies en removals van hetzelfde product moeten dezelfde afbakening gebruiken. Traceerbaarheid toon je aan met chain-of-custodymodellen: identity preserved en segregatie zijn aanvaard, mass balance onder voorwaarden. Impact traceability, zonder bewezen fysieke link, valt buiten de fysieke inventaris.
Wijzigingen in de fysieke inventaris
- Landgebruiksverandering: de referentiedata van certificeringen moeten aansluiten bij de beoordelingsperiode van 20 jaar. Een nieuwe jurisdictionele aanpak laat toe om data op niveau van de sourcing region te gebruiken, waardoor ontbossingsvrije engagementen makkelijker zichtbaar worden.
- Biogene productemissies: kunnen nog steeds buiten de fysieke inventaris gerapporteerd worden, maar met nieuwe randvoorwaarden.
- Emissies uit landbeheer: de stock change-methode wordt bevestigd; biogene en productie-emissies worden apart gerapporteerd.
Nieuwe indicatoren buiten de fysieke inventaris
Landbeslag (land occupation) is verplicht: het totale aantal hectare dat nodig is om te produceren wat je aankoopt.
Land carbon leakage wordt getriggerd door removalprogramma’s, regeneratieve landbouw of de productie van biobrandstoffen. Bij de eerste twee geldt dit enkel bij een significante opbrengstdaling, en het vervalt als de activiteit bijdraagt aan de duurzaamheid van de keten op lange termijn. Voor biobrandstoffen bestaat zo’n uitzondering niet.
GHG-credits die binnen je eigen waardeketen ontstaan, vereisen twee inventarissen – met en zonder credits – om dubbeltellingen te vermijden.
Wat dit betekent voor science-based targets
Bestaande FLAG-doelstellingen moeten enkel opnieuw gevalideerd worden als de LSRS ze in het gedrang brengt. Absolute FLAG-sectordoelstellingen worden waarschijnlijk weinig beïnvloed. Intensiteitsdoelstellingen per grondstof zijn kwetsbaarder: verschuift de LSRS de mix in het basisjaar, dan kan een doelstelling van 41% voor maïs bijvoorbeeld 38% worden, met een hervalidatie tot gevolg.
De juiste data
Start met fysieke activiteitsdata, niet met uitgaven. Uitgavengebaseerde data leveren wel een voetafdruk op, maar sluiten niet aan bij de LSRS en tonen geen impact.
De LSRS vereist een opsplitsing per gas en tussen biogene en productie-emissies, iets wat de meeste landbouwdatabanken nog niet bieden. 3Keel splitst de publieke brondata van Agribalyse manueel op; bij ecoinvent kan dat ook, maar de licentie maakt het lastiger om factoren met klanten te delen. Vraag je data- en toolleveranciers hoe ver ze staan. Een lacune is geen alarmsignaal: bijna iedereen is nog aan het bijbenen.
Removals: mogelijk, maar veeleisend
De LSRS biedt duidelijkheid, maar Catherine verwacht dat het rapporteren van removals vaak te complex of te duur blijft.
- Verwatering: op niveau van de sourcing region reken je met alle grond in de regio, waardoor kleine programma’s nauwelijks zichtbaar zijn. Voor zichtbare resultaten heb je traceerbaarheid tot op LMU-niveau nodig.
- Randen uitgesloten: hagen en bosjes bevatten een groot deel van het removalpotentieel, wat een averechtse prikkel kan geven tegen een aanpak op bedrijfsniveau.
- Permanentie: doorlopende monitoring van de opslag is verplicht, met buffer pools en vaste monitoringperiodes als opties. Reversals binnen je eigen afbakening tellen als emissies.
- MRV-kosten: removals in de bodem vereisen gemeten data en modellering.
Samenwerken met leveranciers spreidt die kosten en helpt aantonen dat er geen dubbeltellingen zijn.
Uit de Q&A
- Data van 2026 of 2027? De LSRS specificeert dit niet. 3Keel verwacht dat data vanaf 2027 conform moeten zijn. Stem af met je auditor.
- Een materialiteitsdrempel? Niet in de LSRS; uitsluitingen worden bepaald door de FLAG-guidance en de corporate standard.
- Conforme databanken? Nog geen enkele volledig. ecoinvent en Agribalyse zijn zich aan het aanpassen.
- Diervoeder? Een aangekochte input met een eigen emissiefactor. Geïmporteerde soja kan een groot deel van de voetafdruk van een Europese vleesproducent uitmaken.
- Netting? Rapporteer bruto-emissies en -removals apart; een nettocijfer kan in een bijkomende categorie. Zoals Kenneth opmerkte: netto −2 ton uit +5 en −7 vraagt om heel ander advies dan bruto −2.
- Removals doorgeven in de keten? Verticaal doorheen de waardeketen wel, met aangetoonde traceerbaarheid. Horizontaal niet.
Hoe Carbon+Alt+Delete landgerelateerde rapportering ondersteunt
We implementeerden landgerelateerde rapportering in 2025 op basis van de ontwerpguidance; zo’n 90% van het datamodel blijft geldig en we stemmen nu de terminologie af.
- Aparte dashboards voor fossiele, landgerelateerde en bruto biogene emissies.
- Granulaire datapunten per gas en emissietype, met removals apart weergegeven.
- Meerdere databanken: ecoinvent, Agribalyse, WRAP en Agri-footprint.
- Eigen emissiefactoren met hetzelfde detailniveau.
- Een GHG Protocol-rapport met standaardtabellen voor fossiele en landgerelateerde emissies, removals en bruto biogene emissies.
Voor bedrijven midden in de keten, zoals voedingsverwerkers, vraagt de LSRS geen nieuwe activiteitsdata. Zodra software en databanken bij zijn, verwacht Kenneth dat de rapportering vrij vlot verloopt. De echte uitdaging is resultaten omzetten in acties – en daar komen consultants in beeld.
Conclusie
De LSRS brengt duidelijkheid, maar legt de lat hoger. Traceerbaarheid bepaalt wat je kunt rapporteren, bossen blijven een open vraag en removals brengen zware monitoringvereisten met zich mee. Voor 2027 doen consultants er goed aan fysieke activiteitsdata veilig te stellen, de afstemming van hun leveranciers na te gaan en klanten te helpen traceerbaarheid op te bouwen waar het ertoe doet.
Meer weten over de Land Sector and Removals Standard? Bekijk het volledige webinar met Kenneth Van den Bergh (Co-Founder & CEO Carbon+Alt+Delete) en Catherine McCosker (Head of Agriculture and Landscapes bij 3Keel).
Over Carbon+Alt+Delete
Wij bieden carbon accounting-software voor duurzaamheidsconsultants en adviesbureaus die bedrijven begeleiden richting net zero.
Benieuwd hoe onze software jouw carbon accounting-diensten kan verbeteren?
Neem gerust contact op via [email protected] of boek hier een afspraak met een van onze experts.
